Het PPW heeft duurzaamheid in haar programma staan. Verantwoordelijkheid voor onze leefomgeving is van immens belang. Samen streven we naar een beter klimaat en een groenere wereld.

Met het klimaatakkoord lijkt het erop dat de lasten op de burger worden afgewimpeld. 20% Van het energieverbruik komt voor rekening van de burger. De rest wordt verbruikt door de industrie, transporten vervoer etc.. Ik vind dat de lasten eerlijk moet worden verdeeld over alle energieverbruikers. Moeten we dan maar niets doen en afwachten? Ik vind van niet, de vervuiler moet betalen.

Den Haag stuurt aan op lokale ontwikkelingen en elke gemeente heeft te maken met een klimaatdoelstelling. Je kunt je hiertegen gaan verzetten of je kunt ermee aan de slag gaan. Het gasloos maken van woningen is een doelstelling voor 2050. Energieneutraal of wel 0 op de meter is nu al wel haalbaar. Mooi is het initiatief van Reggewoon in de Stouwe waar een aantal woningen zijn aangepakt. Ik ben benieuwd naar het resultaat dat over een jaar zichtbaar wordt.

Maar waar gaat het om? Wat raakt jou en mij? Geloof je in de klimaatverandering door CO2 of speelt er iets anders? Zelf heb ik sterke bedenkingen. Wel is de mens zonder twijfel een grote factor die invloed heeft op onze planeet en alles wat daarop leeft. Fossiele brandstof is niet onbeperkt aanwezig en gezien de bevolkingsgroei op deze aardbol en de problemen waarmee de mens de laatste jaren wordt geconfronteerd. Dus we moeten wel aan de slag. Doe je niets, de energierekening gaat zonder meer omhoog. Dit merken we nu ook al. Kijk je naar die energierekening dan kun je zien dat deze al voor een groot deel bestaat uit een heffing. Hiermee wordt een ‘potje’ gevuld waaruit subsidies voor duurzame energieopwekking wordt gefinancierd. In 2018 is 12 miljard euro hiervoor uitgegeven en in 2019 gaat het om 10 miljard euro. Het zonnepark de Groene Weuste is ook deels gefinancierd met subsidie uit deze pot. We hebben daarmee toch nog iets teruggekregen van de door ons allen betaalde heffing op onze energierekening.

Wat kun je zelf doen?

Het beste kun je beginnen met energie besparen. Minder elektriciteit en minder gas verbruiken betekent minder CO2 en dus minder kosten. Met het vervangen van energieslurpers kun je al een begin maken. Een oude koelkast, vrieskist of tv vervangen door een energiezuinig exemplaar kan ook een slok op een borrel zijn. Vervolgens kun je kijken of er iets slimmer gestookt of geventileerd kan worden. Gedrag dus. Het plaatsen van HR++ glas en goede isolatie is van belang om het energieverbruik verder verminderen. Alles wat je niet verbruikt is winst.

Zelf hebben wij ook alle gloei- en halogeenlampen vervangen door ledlampen. In het begin waren die lampen vaak veel te wit. Dat is nu niet meer het geval. Ledlampen zijn verkrijgbaar in warm-wit en vaak ook nog dimbaar. Kleur en lichtsterkte zijn geen reden meer om geen ledlampen te nemen.

Ook hebben we 3 jaar geleden 17 zonnepanelen op ons dak laten leggen. Op jaarbasis leveren deze meer elektriciteit dan we verbruiken. Wel zijn we afhankelijk van het elektriciteitsnet omdat de panelen ‘s avonds niets produceren en in de winter is de opbrengt onvoldoende om ons verbruik mee af te dekken. Globaal genomen leveren de zonnepanelen in de maanden november, december en januari, februari onvoldoende energie om in onze behoefte te voorzien. Dit geldt dus ook voor de zonneparken. Dus met zonnepanelen alleen komen we er niet. We zullen dus ook moeten kijken naar energiebronnen die ook leveren wanneer de panelen geen energie leveren. Windenergie komt dan in beeld. Immers dit is een energiebron die ook in onze gemeente toegepast kan worden. Omdat we wat verder van de kust afzitten moet zo’n windturbine hoger en groter worden dan de windturbines op zee of langs de kust. Word ik hier blij van? Dat niet, maar het is wel een energiebron die we in overweging moeten nemen. Immers, hoe kunnen we anders de gemeentelijke doelstelling van 20% duurzame energie in 2024 in de gemeente Wierden halen? Het Zonnepark De Groene Weuste levert slechts een bijdrage van 0,7%. En dat voor een zonnepark van zo’n 4,5 hectare. Met 30 van dergelijke zonneparken kom je op ongeveer op 20%. De vraag is of je dat moet willen. Daken vol leggen is zondermeer een goed idee als dat mogelijk is. Je hebt dan de productie en verbruiker dicht bij elkaar.

Er is nogal wat verzet tegen zonneparken en windenergie. Tegenwind in Daarle of nog heftiger de weerstand in Drenthe en Groningen tegen de bouw van een windpark, een initiatief van een aantal boeren is daar uit de hand gelopen. Merkwaardig is dat het verzet tegen windturbines anders lijkt bij onze oosterburen. Ik heb me al jaren verbaast over de talrijke windmolens daar en er komen er nog steeds meer bij. Zijn er daar dan geen klachten of problemen? Kennelijk gaan ze daar er anders mee om. Ze zijn zich bewust van de problematiek door de Energiewende, de uitfasering kernenergie.

Een bezoek aan een burgerwindpark

In november ben ik mee geweest naar het Burgerwindpark Bentheim. Let wel: een ‘burgerwindpark’. Burgerinitiatief lijkt mij dan ook een absolute voorwaarde. Geen toegevoegde waarde aan de omgeving, dan geen medewerking of acceptatie in de omgeving. Komt zo’n project uit de koker van een projectontwikkelaar, dan lijkt het erop dat de burger, lees de mensen in de directe omgeving, het nakijken heeft. Wel de lasten maar niet de lusten is dan de beleving en draagvlak bij omwonenden kun je dan vergeten. Draagvlak krijg je door mensen te betrekken zoals onze oosterburen dat ook doen. In overleg, dus samen, met de bewoners bepalen van waar er plaats is voor een windturbine. Als er knelpunten zijn omdat een woning te dicht bij een plek waar een windturbine is geprojecteerd dan moet dat knelpunt worden opgelost. Geen oplossing: geen plaatsing. Wat mij opviel is dat in Bentheim de naaste woning (agrariër) op ca. 400 meter afstand van een windturbine staat. Een andere woning blijkt niet meer bewoond te zijn. De boer die op 400 meter afstand woont vertelde dat hij geen enkel probleem had met de windturbines, waarvan de grootste op zijn land stond. Ook gaf hij aan geen aanwijzingen heeft dat zijn dieren zich anders gedragen of problemen hebben.

De bewoners en de gemeente Bentheim hebben belang bij het burgerwindpark. In een gebied van 50 hectare rondom de windturbines delen de bewoners/agrariërs mee in de opbrengst. Andere bewoners van konden aandelen kopen en delen daarmee ook mee in de opbrengst.

Dit lijkt dus sterk op de aanpak die we ook kennen bij de realisatie van de Groene Weuste. Ook in Staphorst hebben de burgers zelf het initiatief genomen om drie windturbines te plaatsen. Windturbines van Nederlands fabrikaat waarin geen herrie makende tandwielkast in zit maar een zogenaamde directdrive generator. Minder lawaai, minder onderhoud, minder gewicht en een hogere opbrengst.

Wat hoorde ik nou eigenlijk?

Nog even terug naar Bentheim: Onder de turbine met een hoogte van 210 meter viel het geluid erg mee. Het waaide die zaterdag erg hard, volgens de computer in de controleruimte varieerde de windsnelheid van 11 m/s tot 16 m/s. In de controleruimte heerste veel lawaai wat volgens de aanwezige onderhoudsman wordt veroorzaakt door de tandwielkast voor de aandrijving van de generator. De toren vormt een klankkast maar het geluid was buiten niet waar te nemen. Ik schat het geluidniveau in de toren op zo’n 80 decibel.

Toen ik over een landweggetje liep, op zo’n 400 meter afstand ‘dwars op de wind’, hoorde ik een zoemend geluid. Dit geluid viel bij de windvlagen weg tegen het achtergrondgeluid. Ik kan me wel goed voorstellen dat dit geluid bij omwonenden op die afstand klachten kan veroorzaken. Vooral als je ’s nachts in bed ligt, er veel minder omgevingslawaai en minder wind, kan dit geluid goed waargenomen worden. Ik kan me heel goed voorstellen dat in het geval zo’n windturbine er tegen je wil is geplaatst en je er geen voordeel van hebt dit tot irritatie en vervolgens tot klachten kan leiden. In het geval dat ook jouw kassa rinkelt kan die beleving totaal anders zijn. Wellicht ligt je dan niet wakker, maar draai je je om in de wetenschap dat het je iets oplevert.

In Nederland wordt een afstand van 400 á 500 meter gehanteerd tussen een woning en een windturbine. Dit zijn normen die al een jaar of 10 geleden zijn vastgelegd. De vraag is echter of deze afstand nog wel juist is. 10 jaar geleden waren er nog geen windturbines met een tiphoogte van 200 meter of nog hoger. In Denemarken hanteert men een vermenigvuldigingsfactor 4 in de relatie tussen hoogte en afstand. Bij een tiphoogte van 200 meter dient een minimale afstand van afstand van 800 meter aangehouden worden. Gezien deze afstand dan kan het nogal lastig worden om zo’n windturbine te kunnen plaatsen. Zijn er woningen binnen die afstand aanwezig dan moeten er maatregelen worden genomen om (geluid)overlast te beperken.

Vanuit de natuur en milieu lijkt het als of er verschillend wordt gekeken tegen windturbines. De plaats is bepalend voor de effecten. Onlangs sprak ik een ecoloog van een natuurorganisatie en die gaf kort en bondig aan dat een windturbine met een tiphoogte van meer dan 200 meter geen significant effect heeft op flora en fauna. Natuurlijk vliegt er wel eens een vogel tegen een turbine aanvliegt maar is dat onacceptabel? Vergelijk het eens het rijden in de auto? Laat je jouw auto staan omdat je wel eens een vogel kunt aanrijden? Wat ik vaak zie is dat bij verzet tegen initiatieven alles uit de kast wordt getrokken om een initiatief in de kiem te smoren. Schieten met hagel, dan raak je altijd wel wat.

Hetzelfde geldt ook min of meer in het verzet tegen de aanleg van zonneparken. Je kunt deze goed inpassen in het landschap. Een coulisselandschap leent zich daar bij uitstek voor. Biodiversiteit neemt bij een zonnepark niet af. De grond wordt tegenwoordig zo intensief gebruikt (mais (een exoot) en groene raaigraswoestijnen) dat het bodemleven geheel is verstoord. Weidevogels tref je er amper meer aan. Ecologisch gezien kan het bodemleven en de flora zich mogelijk herstellen gedurende de levensduur van zo’n zonnepark omdat de grond onder de panelen niet meer wordt bemest. Ook hoor je roepen dat het gebruik van agrarische gronden voor de aanleg van zonneparken niet te koste mag gaan van de voedselproductie. Is er geen sprake van intensief gebruik en van overproductie? Zou het niets minder intensief kunnen of moeten? Wat is de opbrengst per hectare mais, aardappelen, grasland of zonnepanelen?