Ik ken niemand die niet van de natuur houdt. Niet alle mensen realiseren zich echter dat veel van wat ze voor natuur verslijten geen natuur is, maar cultuur en helaas een steeds meer een verarmde cultuur.

Enige tijd geleden hoorde ik een echtpaar dat een fietstochtje aan het maken was en in de omgeving van het Exoo de omgeving stond te bewonderen zeggen: “Oh, wat is de natuur hier toch mooi”. Toen ik goed om me heen keek was er eigenlijk geen natuur te zien. De Regge ter plekke was een rechtgetrokken afwateringskanaal waarlangs een rij bomen was geplant en verder was er weiland met slechts raaigras, diepe sloten en een asfaltweg. Vogels of andere wilde dieren ontbraken. Toch ervoeren zij dat als natuur.

Helaas missen we dingen die verdwenen zijn niet snel. Wanneer ergens een gebouw is afgebroken weten we niet meer wat er heeft gestaan, als we al merken dat er wat weg is. Als we in het voorjaar rondfietsen of wandelen door het boerenland, wie mist dan de kievit, de grutto, de wulp, de leeuwerik? Vogels welke tot voor kort massaal aanwezig waren maar nu nog slechts sporadisch te zien en te horen zijn. Het gros van de recreanten ervaart toch “natuur”. We wennen snel aan de verpietering van de natuur.

We vinden het zelfs normaal dat voor de winter de natuur winterklaar wordt gemaakt. Slootkanten, randen van struikgewas, afgevallen blad moeten worden gemaaid, opgeruimd, weggeblazen en afgevoerd. Meestal alleen omdat we dat zo gewend zijn en dat het allemaal wel netjes moet zijn. Mensen van waterschap, gemeente en particulieren zijn weken druk om Nederland op te ruimen. Weg met al die rotzooi.
Toch is het juist in de winter van groot belang dat er voor allerlei beesten en beestjes voldoende “natuurlijke rotzooi” aanwezig is. Dit dient voor hen als schuilplaats en als bron van voedsel.

Tuin

In onze tuinen is het niet anders. We maken ze winterklaar, dat wil zeggen snoeien, opruimen, kaal maken, alle blad eruit. De tuin ligt er weer netjes bij. Maar voor de insecten, muizen, egels is alle schuilgelegenheid weg. Voor bodemleven is het voedsel verdwenen en nachtvorst kan lekker diep inwerken en tuinplanten bevriezen.

Voor een gezonde tuin is een gezonde bodem nodig en voor een gezonde bodem is het noodzakelijk dat die bodem is bedekt met afbreekbaar materiaal. Het voortdurend kaal houden van de grond is funest voor een mooie, gezonde tuin waar ook vogels zich thuis voelen, omdat er in een gezonde tuin voor hen voedsel is te vinden en er nestgelegenheid is.

Bodemleven

De bodem hoort vol te zitten met levende organismen die er voor zorgen dat plantenresten die de bodem bedekken worden afgebroken en omgezet in voedingsstoffen welke weer door planten kunnen worden opgenomen. Dit bodemleven zorgt er ook voor dat de grond plakkerig wordt en niet als los zand uit elkaar valt. Het zorgt voor gezonde planten die ook nog eens minder last hebben van droogte. Regenwater wordt beter doorgegeven naar beneden en bovendien beter vastgehouden.

Het bodemleven bestaat uit insecten, schimmels, bacteriën en wormen. Samen zorgen ze voor een goede bodemstructuur.
Bacteriën zorgen ervoor dat uit organisch materiaal voedingsstoffen vrijkomen, ze zorgen voor minder bodemziektes, zijn stikstofbindend. Schimmels bevorderen de opnamecapaciteit van water en voedingsstoffen, een betere beworteling en maken planten resistenter tegen droogte.

Een tuin of landelijke omgeving winterklaar maken zou dus moeten inhouden dat we er zo weinig mogelijk aan doen. Natuur en dus ook een tuin kan niet zonder voldoende organisch materiaal. Natuur redt zichzelf, blijf eraf.
Pas als in het voorjaar de natuur ontwaakt haal je weg wat in de weg ligt.
Het resultaat is mooiere, levendigere natuur (tuin) en minder werk!